Gezien: Oorlogsgeheimen @ Filmhuis de Spiegel

De jeugdfilm Oorlogsgeheimen is al een tijdje uit maar pas op de openingsavond van Cultura Nova werd ik door een uitgedeeld foldertje van Filmhuis de Spiegel getriggerd om naar de filmvoorstelling te gaan. Deze speciale voorstelling vond overigens plaats in het kader van 100 jaar Bieb, 60 jaar Kinderboekenweek én 70 jaar Bevrijding. Dus naast het bekijken van de film was er voor de bezoekers ook een mogelijkheid tot een meet en greet met Jacques Vriens. Hij schreef het boek Oorlogsgeheimen al in 2007 en dit jaar kwam de verfilming uit. Ook leuk dat Jacques Vriens zelf de inleiding mocht verzorgen waarover later meer.

Voor de lezers die Jacques Vries niet kennen, in 1946 geboren in Brabant en ook daar opgegroeid maar inmiddels al jaren woonachtig in Gronsveld en na een carrièrre als onderwijzer nu al jaren full time jeugdboeken auteur. In veel boeken speelt het onderwijs dan ook een grote rol maar Oorlogsgeheimen gooit het over een andere boeg. Het speelt zich in Zuid-Limburg in de Tweede Wereldoorlog en vertelt het verhaal van Tuur wiens dorp bezet is door de Duitsers.

Ik heb het boek jaren geleden gelezen maar moet eerlijk bekennen dat ik van het verhaal weinig meer wist. De regie van de film is in handen van Dennis Bots, die eerder ook al de verfilming van ‘Achtste-Groepers Huilen Niet’ en ‘Tien Torens Diep’ (ook naar boeken van Jacques Vriens) voor zijn rekening nam en de hoofdrol (Tuur) wordt gespeeld door Maas Bronkhuyzen. Het Limburgse tintje aan de film is overigens nog iets groter dan dan het zich alleen hier afspeelt. In de film is namelijk een grote rol weggelegd voor de Limburger Joes Brauers die de rol van Lambert (Tuur’s beste vriend) speelt.

De film speelt zich dus af in Zuid-Limburg en er zijn ook opnames gemaakt in deze provincie waaronder Maastricht en de St. Pietersberg. Helaas was er in deze contreien geen dorpje te vinden dat nog enigszins, zonder al te veel ‘verbouwen’ op 1944 leek maar gelukkig bood een Belgisch dorpje nabij Tienen uitkomst.

In de intro vertelde Jacques Vriends over het onstaan van het boek en dat hij, sinds hij in Limburg woont, regelmatig boeken schrijft die zich hier afspelen. In Oorlogsgeheimen komen drie dingen voor waarin Jacques zich verdiept heeft, namelijk het feit dat in Limburgse dorpen vaak Joodse kinderen verborgen werden gehouden, er dorpsbewoners lid waren van de NSB maar dat er ook verzet was. In het boek komt dit allemaal samen, gezien door de ogen van voornamelijk Tuur en Lambert. Hun vriendschap maar ook de rol die de oorlog daarop heeft wordt mooi uitgediept.

Na afloop mochten er vragen gesteld worden en die varieerden van: ‘Waar heeft u allemaal les gegeven?’ tot ‘Welk boek vind u het zelf het leukst?’. Was bij de intro al duidelijk dat Jacques Vriens een echte verhalenverteller is, dat werd eens temeer duidelijk bij het beantwoorden van de vragen. Hij wist overal wel een persoonlijke anekdote bij te vertellen. Na het vragenrondje kon iedereen ook nog zijn of haar meegebrachte boeken laten signeren!

Het was een mooie middag daar op de 5e verdieping van Schunck tussen de chips etende kids die een wel heel fraai einde kreeg omdat ik Jacques Vriens bij het verlaten van het Glaspaleis nog bijna omver liep. Had ik hem eindelijk voor mij alleen, zonder kids in de buurt, en lukte het me nog net om hem persoonlijk te complimenteren met zijn verhalen!

NB: Deze blogpost verscheen ook op De Afgrond.

Advertenties

Gelezen: Using Social Media in the Classroom : a Best Practice Guide / Megan Poore

foto

Nu ik weer wat meer aan het bloggen ben, lijkt het me een goed idee om de boekrecensies (of samenvattingen) ook weer op te pakken.

Het eerste in deze nieuwe reeks is de uitgave van Megan Poore getiteld ‘Using Social Media in the Classroom : a Best Practice Guide’. Een veelbelovende titel voor een boek dat ik voor het eerst zag tijdens de Docentencursus die ik het afgelopen schooljaar gevolgd heb. Een van mijn medecursisten hield er een literatuurpresentatie over en wist me te vertellen dat het boek de moeite waard was om te lezen. Helaas heb ik zijn presentatie zelf niet gezien omdat hij in een andere coachgroep zat maar nu ik het zelf gelezen heb zou ik graag mijn mening nog eens met die van hem willen vergelijken.

Laat ik voorop stellen dat het voor een docent die weinig tot niets van Sociale Media weet een uitermate handig naslagwerk is. Het is duidelijk vormgegeven, makkelijk te lezen (ook als Engels niet je moedertaal is) en alle tools worden goed en uitvoerig beschreven. Ook heel fijn voor docenten die er weinig vanaf weten is dat er in deel 1 gestart wordt met het beschrijven van het fenomeen Sociale Media en Onderwijs maar dat bevatte voor mij, eerlijk gezegd, oud nieuws. Ik bedoel, de term 2.0 heb ik nu toch echt wel genoeg gehoord. In dit hoofdstuk wordt ook aandacht besteed aan Sociale Media en diverse vormen van leren maar dat laatste wordt wat mij betreft te summier beschreven. Al is het wel handig om de voordelen van het gebruik van Sociale Media in het onderwijs eens op een rijtje te zien zeker als ze ook nog uitgesplitst zijn naar bijvoorbeeld communicatie, participatie en motivatie.

In het tweede deel worden een viertal Sociale Media tools beschreven, oftewel ‘The Big Four’: weblogs, wikis, sociale netwerken en podcasting (goh, leeft dat nog?). Alle hoofdstukken zijn op dezelfde overzichtelijke manier opgebouwd. Eerst een totaalplaatje van de tool (denk aan de geschiedenis van de tool en wat er behandeld gaat worden in dit hoofdstuk), daarna een uitgebreide beschrijving (wat houdt de tool precies in?) gevolgd door de pedagogische voordelen van het gebruiken van de tool in de klas plus speciale aandachtspunten als je de tool daadwerkelijk wil gaan gebruiken. Ook handig, na elk hoofdstuk vind je een samenvatting én een bronnenlijst met zowel online als papieren verwijzingen.

In deel drie worden een groot aantal tools ter verrijking van de lessen besproken. Denk aan Social Bookmarking, Skype, Games en Productivity tools (zoals Dropbox). Ook hier zijn de hoofdstukken weer opgebouwd via dezelfde structuur als in deel twee en dat komt de leesbaarheid ten goede.

In deel vier tenslotte wordt je nog bijgepraat over de sociale context van het gebruik van Sociale Media. Denk hierbij aan online pesten, mediawijsheid en krijg je praktische tips voor het gebruik van de tools in je klas of school. Denk aan veiligheidstips, het maken van back ups, cookies, beveiligingsaspecten en dergelijke.

Conclusie: een handig naslagwerk als je Sociale Media wil gaan gebruiken in de klas maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er inmiddels ook voldoende materiaal over dit onderwerp in het Nederlands is verschenen. Als ik jou was, zou ik daar eerst even naar op zoek gaan. BoekTweePuntNul is een goed startpunt!

Jaja, ze loopt nog steeds hard… (17 t/m 31)

Shame on mex85 Sinds de London marathon van 17 april, bijna 4 maanden geleden dus, is hier geen hardloop blogpost meer geplaatst. Dat wil overigens niet zeggen dat ik gestopt ben met hardlopen maar de tijd en de inspiratie ontbrak om er iets over te schrijven.
Sinds mijn laatste blogpost heb ik gemiddeld drie tot vier keer in de week gelopen maar echte lange afstanden zaten daar niet bij, het maximale was 10 kilometer. Ook heb ik regelmatig fietstrainingen in de sportschool gedaan en die werden vrijwel altijd gecombineerd met fitnessoefeningen.
Zijn er nog doelen? Ach ja, ik heb me via mijn werkgever Fontys ingeschreven voor de halve marathon van Eindhoven maar een echt doel wat betreft tijd heb ik daar niet. Het zou al mooi zijn als ik daar onder de 2 uur zou kunnen lopen maar er ligt niemand wakker van (ook ik zelf niet) als me dat niet gaat lukken. Het houdt wel in dat ik de komende weken de trainingsarbeid moet opbouwen maar dat gaat vast geen probleem worden. Hoop ikx85
Verder staan er nog geen wedstrijden gepland. Naast blogmoe lijkt het erop alsof ik ook een beetje wedstrijdmoe ben want de teller staat in 2011 pas op twee (naast Londen liep ik ook de 20 van Alphen).

Anyway, we hobbelen lekker verder en wellicht dat er hier ook wat meer activiteit te bespeuren valt naarmate Eindhoven dichterbij komt.

Foto via

Gelezen: Geen weg terug : leven en dood op de K2 / Graham Bowley

In augustus 2008 vond op de dodelijkste berg ter wereld, de K2, een tragedie plaats waar ook een aantal Nederlandse bergbeklimmers bij betrokken waren. Verslaggever Graham Bowley van The New York Times schreef daar het boek Geen weg terug : leven en dood op de K2 over.

Hij interviewde hiervoor de overlevenden van de ramp en de familieleden van de omgekomen bergbeklimmers. Het resultaat is een aardig klimboek waarbij je al lezende ook nog iets meekrijgt van de geschiedenis van de berg, hoe hij aan zijn naam K2 komt en waarom deze berg dodelijker is dan bijvoorbeeld de Mount Everest. Feit: een op de vier klimmers overleeft de tocht niet en grotendeels alle ongelukken gebeuren op de terugweg van de top.

Graham Bowley heeft dankzij alle gesprekken proberen te ontrafelen wat er begin augustus 2008 allemaal gebeurd is op de K2 en voor een gedeelte is hij daar goed in geslaagd. Hij weet, ook voor niet ingewijden, duidelijk aan te geven hoe een (commercixc3xable) expeditie in elkaar steekt, hoe de verhoudingen hoog op een berg liggen (welke expeditieleider bepaalt wat er gaat gebeuren) en hoe vertroebelt de geheugens van klimmers worden als ze zich eenmaal in de Zone des Doods (hoogte boven 8000 meter) bevinden. Verhalen gaan elkaar tegenspreken, de een zegt dat en de ander zegt dat en wie spreekt er nu de waarheid?

En toch mis ik iets. Iets dat ik wel terug kan vinden in het boek van Jon Krakauer getiteld De ijle lucht in. In feite gaat dit boek over een soortgelijke tragedie maar dan op de Mount Everest in mei 1996. Het grote verschil is dat Jon Krakauer zelf deel uit maakte van een van de expedities die in mei 1996 op de Mount Everest aanwezig waren en hij was dus ook een van de getuigen. Hij zag met eigen ogen hoe mensen dreigden te bezwijken aan de hoogte en de veranderende weersomstandigheden en hoe ze ondanks alles toch maar die top wilden bereiken. Krakauer schreef een boek dat je tijdens het lezen bij de keel grijpt en je het gevoel geeft dat je zelf op die berg zit. En dat ontbreekt naar mijn bescheiden mening aan het verslag van Graham Bowley dat vast en zeker een waarheidsgetrouwe versie van het gebeuren is maar me geen moment naar adem doet snakken.

Dit doet overigens niets af aan de voor mij nog steeds intrigerende vraag tijdens het lezen van klimboeken: waarom hebben mensen er zoveel voor over (zelfs de dood) om de top van een berg te bereiken? Zou George Mallory dan toch gelijk hebben? Because it’s there

NB: Over de tragedie op de Mount Everest in 1996 zijn meerdere boeken verschenen die ik allemaal gelezen heb. Ook deze spreken zich op diverse punten tegen en ik wil met bovenstaande stuk dan ook niet beweren dat Jon Krakauer de waarheid in pacht heeft.

Gelezen: Ik ben Alice / Jan Simoen en Alice Dupont

Het is altijd weer iets om naar uit te kijken, een nieuw deel in de Slashboekenreeks van uitgeverij Querido. Voor de mensen die dit weblog nog niet zo lang volgen, Slashboeken zijn geschreven op basis van het waargebeurde levensverhaal van een bijzondere jongere en in deel 8, Ik ben Alice, geschreven door Jan Simoen en Alice Dupont staat de Belgische Alice centraal.

Alice woont in Belgixc3xab, zit in het laatste jaar van de middelbare school en het leven lijkt haar toe te lachen. Maar dat is maar schijnt want Alice vindt zichzelf dom, ze wil niet volwassen worden en gaat ineens extreem afvallen. Ze denkt dat niemand het in de gaten heeft maar als blijkt dat ze een eetprobleem en anorexia heeft komt ze erachter dat iedereen in haar omgeving allang wist wat er aan de hand was. Haar moeder stuurt haar naar een dixc3xabtiste en ze moet het gesprek aangaan met een hulpverlener. Maar daar heeft Alice helemaal geen zin in. Tot het moment dat er een ziekenhuisopname dreigt. Er is namelijk een ding dat Alice niet wil en dat is opgenomen worden in een ziekenhuis en gedwongen worden om te moeten eten via een slangetje in haar lichaam.

Of Alice de strijd tegen anorexia redt moet je zelf maar gaan lezen. Het boek leest vlotjes weg maar ik vind het persoonlijk geen topper in deze reeks. Misschien ligt dat ook aan het feit dat ik me niet kon identificeren met de hoofdpersoon. Dat neemt overigens niet weg dat het boek wellicht de ogen kan openen van andere meisjes die worstelen met anorexia.

NB: Wat jammer trouwens dat uitgeverij Querido de website van deze reeks zo slecht bijhoudt. Dat zou in 2010 toch echt beter kunnen. Gelukkig hebben we Hyves.

Gelezen: Het is een boek / Lane Smith

Een van de leukste YouTube filmjes uit 2010 is de trailer voor het prentenboek van Lane Smith getiteld: Het is een boek.
Het prentenboek zelf is onlangs verschenen in een Nederlandse vertaling bij uitgeverij Lemniscaat en bestaat uit veel tekeningen, weinig tekst en een ezel, een aap en uiteraard een boek in de hoofdrol.

Grappig boek maar eigenlijk is het filmpje leuker en hoef je het boek daarna niet meer te lezen al blijven de tekeningen lief.

Gelezen: Mees Kees in de Gloria / Mirjam Oldenhave (Kinderboekenweekgeschenk)

De Kinderboekenweek is afgelopen woensdag van start gegaan. Ondanks het feit dat ik officieel geen domeindeskundige meer ben van de Pabo opleiding blijf ik wel gexc3xafnteresseerd in kinderboeken en jeugdromans. Mijn privxc3xa9 collectie Kinderboekenweekgeschenken is sinds woensdag dan ook uitgebreid met 'Mees Kees in de Gloria' van Mirjam Oldenhave.

En wat een lief boekje is dat! Ik heb het gisteravond in bed in een ruk uitgelezen. Dat is op zich niet zo heel moeilijk want het telt maar 91 pagina's en is geschreven voor 8+ kinderen dus dat leest makkelijk weg maar de belangrijkste reden was toch echt het hartverwarmende verhaal met Mees Kees en de jonge Tobias in de hoofdrol.

Mees Kees is een jonge stagiair die les geeft aan Tobias en zijn klasgenootjes. Mees Kees doet dat op een speciale manier want zeg nou zelf, moppen tappen bij dictee en spelling oefenen met galgje is niet echt standaard, toch? De kinderen dragen hem op handen en vooral Tobias is een grote Mees Kees fan. Tobias heeft het namelijk niet zo leuk thuis, zijn vader is 'zomaar plotseling' dood gegaan en zijn moeder heeft sinds de dood van haar man niet meer de fut om de deur uit te gaan. Voor Tobias is het dan ook schrikken als de jaarlijkse tienminutengesprekken in aantocht zijn. Hij weet dat zijn moeder er niet naartoe gaat en daarom voert Tobias zelf het gesprek met Mees Kees. En dat wordt een heel verrassend gesprek…

Het verhaal lijkt in eerste instantie niet zo bijzonder maar de manier waarop Mirjam Oldenhave de onzekerheid van Tobias en zijn band met Mees Kees beschrijft is enorm ontroerend en spat werkelijk van de pagina's. Tijdens het lezen betrapte ik me steeds op de gedachte: 'Als het maar goed komt met dat jochie'. Bijzonder.

Er zijn meer boeken over Mees Kees verschenen en hij heeft ook een eigen website. Ik ben fan!

Gelezen: Collaborative information literacy assessments : strategies for evaluating teaching and learning / edited by Thomas P. Mackey en Trudi E. Jacobson

Onderstaande recensie van Collaborative information literacy assessments : strategies for evaluating teaching and learning verscheen eerder in het tijdschrift Digitale Bibliotheek, jaargang 2, nummer 5 van 2010.

Voor iedere informatiespecialist werkzaam in het hogeronderwijs of op een universiteit zal het een ideaalplaatje zijn,informatievaardigheden gexc3xafntegreerd in het curriculum aanbieden aan studenten. Inhet boek xe2x80x98Collaborative information literacy assessments : strategies forevaluating teaching and learningxe2x80x99 komt dit aspect veelvuldig terug. In feite ishet een vervolg op twee eerder verschenen titels van beide redacteuren, teweten: xe2x80x98Information literacy collaborations that workxe2x80x99 uit 2007 en xe2x80x98Usingtechnology to teach information literacyxe2x80x99 uit 2008. Toch is dit derde deelzelfstandig te lezen waarbij het doel is om de lezer te wijzen op degevarieerde en innovatieve methodes om de xe2x80x98lessenxe2x80x99 informatievaardigheden, diereeds gexc3xafntegreerd zijn in het curriculum, te beoordelen en na die beoordeling (eventueel)te verbeteren. Hebben studenten er ietsvan geleerd? Wat hebben studenten geleerd? Zijn de werkstukken dieinformatievaardige studenten maken van een hoger niveau en hoe kun je datmeten?

Op deze vragen en meer probeert het boek een antwoord tegeven en na lezing kan ik alleen maar concluderen dat de schrijvers en deredacteuren daar ruimschoots in geslaagd zijn. Ik ben persoonlijk alleen nietzo blij met de manier waarop ze het verwoorden. Er wordt heel veel geciteerduit (wetenschappelijke) onderzoeken, inclusief een groot aantal cijfermatigegegevens, en de vele tabellen maken het ook niet gemakkelijk om eens lekkerdoor te lezen. Wel fijn voor de leesbaarheid is het feit dat het boekonderverdeeld is in een aantal delen en dat zowel het voorwoord als de fraaieintroductie een zeer goed beeld geven van hetgeen de lezer kan verwachten. Hetvervolg is onderverdeeld in drie secties en verschillende (onderwijs)vakgebieden en beschrijft een aantal xe2x80x98best practicesxe2x80x99 uit Nieuw-Zeeland,Engeland en de Verenigde Staten.

Elke xe2x80x98best practicexe2x80x99 begint met een uitgebreide beschrijvingvan de betreffende universiteit, de manier waarop het onderwijs wordtvormgegeven en niet geheel onbelangrijk, om wat voor studentengroep gaat het.Het startniveau van de gemiddelde student kan vaak het verschil maken of delessen Informatievaardigheden vruchten afwerpen en op welke manier ze dat doen.Maar hoe weet je nu dat studenten er iets aan hebben gehad en dat ze ietsgeleerd hebben? In het boek worden een groot aantal xe2x80x98assessment toolsxe2x80x99besproken waarmee je dat op betrouwbare wijze kunt meten.

Denk bijvoorbeeld aan citatie-analyse dat een goede manierblijkt te zijn om te controleren welke bronnen en databanken studenten gebruikthebben. Vergelijk de gegevens van xe2x80x98informatievaardigexe2x80x99studenten met eencontrolegroep die de lessen niet gevolgd hebben en je ziet direct verschil.
Of benader Informatievaardigheden als xc3xa9xc3xa9n geheel (opholistische wijze) en integreer het in het hele studieprogramma van de studenten niet alleen in een specifiek onderdeel, zorg dat docenten eninformatiespecialisten samenwerken en bied informatievaardigheden zo breedmogelijk aan door zowel de technische als de cognitieve aspecten te combineren.
Een andere manier blijkt het zogenaamde xe2x80x98self-assessmentxe2x80x99 te zijn. Studenten volgen in een onderwijsperiode van een aantal maanden diverse workshops op het gebied van Informatievaardigheden en vullen drie keer een zelf-evaluatie in. Aan het begin van de periode, na het volgen van twee workshops en uiteraard aan het einde van de periode als ze ook een werkstuk hebben moeten inleveren voorzien van een literatuurlijst. Typisch, opmerkingen van de studenten wees uit dat ze na de workshops niet alleeninformatievaardiger waren geworden maar ook taalkundig gezien met sprongenvooruit waren gegaan.

Maar alle goede voorbeelden ten spijt, de rode draad van hetboek is het feit dat een workshop Informatievaardigheden alleen zin heeft alsdeze gexc3xafntegreerd wordt in het curriculum. Dit komt in elke xe2x80x98best practicexe2x80x99 tersprake en wordt door alle betrokkenen telkens weer benadrukt. En misschien nogveel belangrijker, zorg voor een structurele samenwerking tussen opleiding, docenten informatiespecialist, ontwikkel samen een strategie, luister naar destudent, pas je workshop zo nodig aan en zorg dat je als informatiespecialistxc3xa9n bibliotheek een onmisbare schakel bent xc3xa9n blijft tussen de student en hetonderwijs.

Gelezen: Miss Dakloos / Lydia Rood en Jojo Matthews

Wat? Alweer een nieuw Slashboek verschenen? Voor mijn gevoel is het pas een aantal weken geleden dat ik hier deel 6 besprak en onlangs verscheen Miss Dakloos dat geschreven is door Lydia Rood en Jojo Matthews.

Miss Dakloos gaat over Ama die bij aankomst als vluchteling in Nederland al op zeer jonge leeftijd haar moeder verliest en samen met haar oudere zus Lisa en jongere zus Belle opgroeit bij hun geweldadige stiefvader Mulula. Ama wordt mishandeld en misbruikt maar pas als ze bijna volwassen is loopt ze weg en doet ze aangifte tegen haar stiefvader zodat ze haar jongere zusjes (er is dan inmiddels nog ’n stiefzusje geboren) kan behoeden voor hetgeen haar overkomen is. Wat dan volgt is een lange weg van opvang naar opvang maar uiteindelijk belandt ze op straat. Toch krijgt Ama nog een tweede kans als ze een Miss verkiezing wint en wordt aangenomen bij een dansopleiding. Maar grijpt Ama die kans wel?

Persoonlijk vond ik dit een van de mindere delen in deze fraaie reeks. De manier waarop het verhaal wordt verteld sprak me sowieso niet aan. Via terugblikken op het verleden en verhalen die Ama schrijft kom je er als lezer heel langzaam achter wat Ama allemaal heeft meegemaakt maar ik ben nu eenmaal geen liefhebber van verhalen in de ik-vorm. En die stukjes tekst in cursief of vet hadden voor mij ook niet gehoeven al geven ze wel duidelijk het verschil met het reguliere verhaal aan. 

Maar niet getreurd, de serie is een succes en ik blijf benieuwd naar de volgende delen. Volgens de ‘Slashboeken Hyves pagina‘ (nieuw Scrabble woord?) blijven er voorlopig drie boeken per jaar verschijnen.

Gelezen: Echte mannen eten wxc3xa9l kaas : het ware verhaal van Maria en haar ‘loverboy’/ Hendrik Jan Korterink

In juli 2008 schreef ik een blogpost over het boek van Maria Mosterd getiteld ‘Echte mannen eten geen kaas‘. In dit boek beschrijft Maria hoe ze als twaalfjarige in de ban komt van Manou, een loverboy, die haar laat kennismaken met prositutie en drugsgebruik. Ik was na het lezen van het boek verbijsterd en schreef destijds: … tijdens het lezen kon ik me bijna niet voorstellen dat dit soort praktijken plaatsvinden in een beschaafd land als Nederland… Maria schreef daarna nog een tweede boek over haar ervaringen met de hulpverlening en moeder Mosterd deed ook nog een duit in het zakje door haar kant van het verhaal te vertellen. Zie mijn blogpost uit augustus 2009.

En eerlijk is eerlijk, ondanks de eerder genoemde verbijstering had ik geen enkele reden om aan de verhalen van Maria te twijfelen want welk meisje zou zoiets gruwelijks verzinnen? Wie daar wel aan twijfelde was misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink en hij ging daarom op zoek naar de feiten. In het boek ‘Echte mannen eten wxc3xa9l kaas‘ blijken die feiten op cruciale punten enorm te verschillen met de verhalen van Maria en haar moeder. Zoals: Was Manou eigenlijk wel een loverboy? Zijn daar bewijzen voor? Was Maria echt pas 12 toen ze Manou leerde kennen? Heeft Maria zonder medeweten van school zoveel kunnen spijbelen? En is het waar dat Maria bijna ontvoerd werd door Manou?

Hendrik Jan Korterink doet netjes aan hoor en wederhoor, heeft met veel betrokkenen, waaronder Maria en haar moeder Lucie gesproken maar, heel belangrijk, hij heeft ook contact gezocht met Manou die inmiddels in Belgixc3xab woont en het zich nog steeds niet kan voorstellen dat iemand zoiets over hem geschreven heeft. Manou was weliswaar niet de braafste jongen maar naar eigen zeggen heeft hij zich nooit ingelaten met loverboy praktijken. Ook heeft hij vrijwel direct de relatie met Maria verbroken nadat hij erachter kwam dat ze jonger was dan ze eerst beweerde.

Het boek leest niet echt makkelijk weg, het is een opeenstapeling van feiten en na een paar pagina’s was ik al volledig de draad kwijt met data en jaartallen. Toch denk ik dat de schrijver een punt heeft. Er zitten teveel zaken in het verhaal van Maria waar je na gesprekken met andere betrokkenen vraagtekens bij kunt stellen. Wat dat betreft is hij volledig geslaagd in zijn opzet. Volgens hem is Maria’s verhaal een mix van feiten en vooral veel fantasie en ik denk dat ik hem na lezing daarin gelijk moet geven.

Enfin, als je de boeken van Maria en Lucie gelezen hebt, raad ik je zeker aan om ook het boek van Hendrik Jan Korterink te lezen al is het alleen maar zodat je daarna je eigen mening kunt vormen.

Gelezen: Van Twee Kanten / Renxc3xa9 Appel

De laatste tijd lukt het niet meer om veel te lezen. Best jammer eigenlijk maar je moet nu eenmaal keuzes maken. Gelukkig bleek het nieuwe boek van Renxc3xa9 Appel wederom de moeite waard en dat hield me dan ook een paar avonden in de ban. Ook in deze literaire thriller bewijst Renxc3xa9 Appel dat hij voor mij de onbetwiste meester is van dit genre.

In Van Twee Kanten wordt de hoofdrol gespeeld door Fransien Wagtendonk die na het overlijden van haar man en vader in een tijdsbestek van amper twee jaar een moeilijke periode tegemoet gaat. Gelukkig is daar Rob Laarman die op de begrafenis van haar vader verschijnt en naar eigen zeggen al eens als adviseur voor haar vader is opgetreden. Fransien is onder de indruk van Rob die op subtiele wijze het hart van de kwetsbare doktersassistente weet te veroveren. Ondanks dat er over het verleden van Rob weinig bekend is en zijn twee kinderen uit een eerder huwelijk verborgen blijven voor Fransien, trouwen ze.

Buurvrouw Tosca die meer in Fransien zit dan alleen een buurvrouw vertrouwt Rob niet helemaal en probeert Fransien deels uit eigen belang daarvan te overtuigen. Als het vertrouwen van Fransien in Rob daalt en hij zich door leugens in het nauw gedreven voelt komt het tot een uitbarsting die beide vrouwen niet voorzien hadden…

Onderhoudend boek voor zonnige lentedagen zoals vandaag.

Update 25/4: Misschien nog even toelichten waarom ik Renxc3xa9 Appel een meester vind in dit genre… Ook in dit boek weet hij weer gewone personages (mensen zoals jij en ik) zo neer te zetten dat je aan de ene kant wel begrijpt waarom ze in de problemen komen maar aan de andere kant ook niet. Ook de ietwat sneue Fransien wordt zo geportretteerd en dat vind ik bijzonder knap. Je voelt aan alles dat Rob een foute man is maar je snapt als lezer ook waarom ze in zijn praatjes trapt. Het einde was ook verrassend, dat zag ik in ieder geval niet aan komen.

Gelezen: Personal.brand.nl : de kansen van je online identiteit / Huub van Zwieten, Bas van de Haterd en Tom Scholte

In de reeks VK Banen verscheen vorig jaar het boek ‘Personal brand.nl : de kansen van je online identiteit‘ geschreven door Huub van Zwieten, Bas van de Haterd en Tom Scholte. Het boek gaat in op de betekenis van ‘personal branding’ en welke positieve effecten dit kan hebben op je loopbaan.

Maar wat is ‘personal branding’ nu eigenlijk? Het is een soort merk al klinkt dat wellicht wat oneerbiedig omdat het over jou als persoon gaat. Zie het als die unieke eigenschappen van jezelf waardoor je bij een bepaalde groep mensen een positieve indruk achterlaat. Je kunt mensen blij maken en iets voor ze betekenen door iets wat jij toevoegt. En om die toegevoegde waarde draait het voor het grootste gedeelte in het boek. Die moet zichtbaar zijn voor de buitenwereld. Voor je werkgever, je vrienden, familie etc moet het duidelijk zijn wat jouw toegevoegde waarde is en daar kan je ‘personal brand’ bij helpen. Een belangrijk onderdeel hierbij is de passie die voor je bepaalde zaken hebt en de drijfveren om dingen te doen.

Effectieve ‘personal branding’ bereik je volgens de schrijvers alleen als je voldoet aan drie voorwaarden:

Geloofwaardig zijn. Doe je niet anders voor maar ben jezelf.
Relevant zijn. Kijk kritisch naar je functionele en emotionele waarde en verplaats je in anderen. Pas als je weet wat de behoefte van andere mensen is weet je of jij of je kennis relevant is voor die ander.
Onderscheidend zijn. Zorg ervoor dat mensen je kunnen plaatsen, dat ze weten wat ze aan je hebben en wat je voor ze kunt betekenen. Maar probeer niet dertien in een dozijn te zijn.

Zowaar geen makkelijke opdracht maar gelukkig hebben we het internet en WEB 2.0 met al zijn sociale software. In het boek staan dan ook talloze voorbeelden van zulke sites (denk aan een eigen weblog, Hyves, Flickr, Library Thing, LinkedIn, Facebook, Delicious enzovoort) en hoe je die kunt inzetten om jouw online personal brand in ieder geval ‘veilig te stellen’ en zichtbaar te maken voor de buitenwereld.

Mijn ‘personal brand’ als je naar deze weblog en mijn internet activiteiten kijkt? Muziek, sport en mijn werk als informatiespecialist. Dat lijkt me duidelijk! En wat is de jouwe?