Bezocht: VOGIN lezing @ Amsterdam 20/03/2014

Afgelopen donderdag reisde ik af naar Amsterdam waar in de deftige Koninklijke Industrieele Groote Club in hartje Amsterdam de VOGIN lezing werd georganiseerd. In de ochtend kon er gekozen worden voor een workshop, in de middag waren er diverse lezingen. Ik zal me in deze blogpost beperken tot een verslagje van de workshop die ik in de ochtend gevolgd heb omdat het middagprogramma voor mij persoonlijk niet zo interessant was. Ik heb wel een dappere poging gedaan om aantekeningen te maken maar ‘autonome zoekmachines’, ‘centrale intelligence portal’ en ‘semantisch web’, daar kan ik op dit moment in mijn werk niet zo veel mee. Mocht iemand toch geïnteresseerd zijn in mijn aantekeningen, geef dan even een gil.

De workshop in de ochtend was wel interessant want Jeroen Bosman ging uitgebreid in op het zoeken naar Open Access materiaal (hoe vind je al dat moois eigenlijk?) en de verkregen informatie kan ik dan weer opnemen in al mijn verkregen informatie van de afgelopen maanden over MOOC’s en Open Educational Resources. De slides van Jeroen vind je via deze link en daar noteerde ik zelf nog de volgende aantekeningen bij waarbij OA staat voor Open Access –>
1464634_599478866810382_2069994146_n
De redenen waarom je als informatiespecialist of bibliotheek op zoek gaat naar Open Access kunnen heel divers zijn. Een aantal vind je hieronder:
– geen toegang via betaalde bronnen via instelling.
– geen geld om betaalde bronnen te kopen.
– hergebruik.
– effect van OA beleid achterhalen.
– omdat je OA wil publiceren.

Maar de wereld van OA verandert constant en Jeroen’s verhaal zal over een jaar weer totaal anders zijn. Dat geldt zeker voor de aantallen OA materiaal dat nu beschikbaar is. Er zijn enkele onderzoekjes gedaan, onder andere door Jeroen zelf in Pubmed, maar het duidelijk dat hem om verschillende percentages gaat die ook nog eens scheef verdeeld zijn over disciplines, landen, universiteiten en funders. Voor de eindgebruiker maakt dat overigens niets uit. Het gaat hem of haar puur om een link of een full text bestand die via Google gevonden kan worden.

Je hebt verschillende ‘vormen’ van OA:
– Groen en Goud –> groen (waarbij de auteur zelf voor de OA toegang zorgt), goud (uitgever en of tijdschrift zorgt voor OA en de auteur betaalt daar voor). Er zijn diverse modellen beschikbaar.
– Free en Libre (bij dat laatste is belangrijk of het ook beschikbaar is voor free use?). OA heeft dus twee kanten, het moet gratis zijn maar ook vrij herbruikbaar zijn.
– Een mooi overzicht van die vormen vind je hier.

Daarna gaf Jeroen een zeer uitgebreide samenvatting over WAAR je OA materiaal zou kunnen vinden. Dit was onderverdeeld in zeven segmenten met ieder hun eigen voor- en nadelen.

1: Via vier multidisciplinaire citatiedatabases: Scopus, Web of Science, Google Scholar en Microsoft Academic
. De eerste drie zijn het grootst.
– circa 11% van tijdschriften in Scopus zijn OA maar verder kent Scopus weinig mogelijkheden. Er is bijvoorbeeld geen aanduiding of filtering van OA in resultaten mogelijk. Scopus is ook niet voor iedereen beschikbaar.
– Web of Science heeft wel een filtering op OA artikelen. Helaas kan Web of Science alleen volledige OA ts laten zien. Je vindt hier dus geen hybride tijdschriften (waar zowel OA als niet OA artikelen in zitten).
– Google Scholar –> is gratis en bevat goud, groen en zwart OA materiaal door elkaar maar heeft geen aanduidingen, filters of OA titellijsten. Wel heel handig: Google Scholar zoekt ook in de full text en dat doen Web of Science en Scopus niet.
Tip: de ‘gewone Google’ vindt soms nog veel meer full text bestanden maar dat wil niet altijd zeggen dat ze OA zijn en dat zomaar hergebruikt mogen worden. Dus altijd per artikel hoe de Creative Commons licentie geregeld is. Dit bijvoorbeeld ter controle voor opname in een mooc (waarbij ook externe cursisten betrokken zijn).
– Microsoft Academic search: kent geen lijst van gedekte OA tijdschriften maar indexeert wel bijvoorbeeld Narcis.

Conclusie van Jeroen: Qua OA Discovery staat Google Scholar op eenzame hoogte.

2. Repository search via zoekmachines zoals Base, Narcis en de HBO Kennisbank.
Base (Bielefeld Academic Search Engine)is volgens Jeroen de beste op Google Scholar na. Is sowieso 100 % OA en heeft een zeer uitgebreide advanced search. Biedt zelfs meer Nederlandstalige records dan Narcis.
OAlster: is van OCLC, zit in Worldcat maar is de helft kleiner dan Base en is niet separaat doorontwikkeld. Onhandig, in Worldcat heet materiaal uit repositories ‘archiefmateriaal’ en daar hebben de meeste gebruikers dan toch een ander beeld bij.
Narcis: repositories van universiteiten, KNAW, NWO instellingen. Ondanks een verschillend beleid van universiteiten hoe om te gaan met OA is hierin toch 41% OAS materiaal te vinden.

Conclusie van Jeroen: repositories zijn vooral een full text target en afzonderlijke repositories zijn niet zo interessant want je bent geïnteresseerd in een onderwerp, niet in de repository. Narcis is vooral een etalage en belangrijk voor proefschriften.

3. Discovery tools, bv Summon
– Met Discovery tools kun je niet zoveel wat betreft OA. Je hebt vrijwel nooit de mogelijkheid om te filteren op OA ondanks de grote hoeveelheid treffers/data/informatie die er in zitten.

4. Open Acces boeken
DOAB (maar 1900 titels) –> Directory of Open Access Books. Probleem hierbij zijn de kosten, die liggen bij nog een stuk hoger dan bij artikelen.
OAPEN books, 1800 titels, alles OA.
Hathi trust –> miljoenen gedigitaliseerde boeken van bibliotheken wereldwijd maar voornamelijk uit de Verenigde Staten. Het kent ook een afgesloten deel voor bibliotheken die een overeenkomst hebben met Google Books.
Google books (filteren op OA is mogelijk maar materiaal is bijna allemaal van voor 1920). Je kunt wel recenter materiaal vinden maar dat is vaak niet full text beschikbaar.
Knowledge Unlatched: dit is een zeer recent initiatief met een andere manier van financiering. Bibliotheken kunnen inschrijven op boeken waarvan ze willen dat die OA beschikbaar gesteld moeten worden. Universiteitsbibliotheken betalen hier geld voor en de uitgever maakt er OA van. Men is nu bezig met eerste 50 titels. Daarna is het dus voor iedereen beschikbaar!
Open Textbook Library / collegeopentextbooks.org. Tekstboeken zijn lastig, vallen buiten veel regels en op de digitale exemplaren zit vaak DRM of de student kan het textboek maar beperkt raadplegen (alleen tijdens een lopende cursus bijvoorbeeld). In beide systemen zitten weliswaar honderden boeken maar het aanbod groeit traag.

Conclusie: grotere collecties bevatten vaak verouderd materiaal en OA financieringsmodellen zijn nog onduidelijk.

5. Tijdschriftenlijsten
Er zijn diverse tijdschriftenlijsten online te vinden maar een aantal daarvan kennen geen filtermogelijkheid. DOAJ, EZB Elektronische Zeitschriftenbibliotheek en Sherpa/Romeo hebben wel een filter waarbij je OA kunt selecteren.

Conclusie: DOAJ is sterk verbeterd de afgelopen maanden en is zeker de moeite waard om naar te kijken. Het kent goede licentiekeuze mogelijkheden (filteren op diverse cc mogelijkheden). EZB is zeer nuttig voor een geïntegreerd beeld van OA en non OA.

6. Vier tijdschriftbeoordeelsites
Er zijn diverse tijdschriftbeoordeelsites waaronder:
QOAM –> Nederlands, beoordeling van de kwaliteit van OA tijdschriften, nu ruim 225, gecontroleerd crowdsourced maar kent nu alleen nog maar Nederlandse universiteiten, uitbreiding volgt.
SciRev –> Eveneens Nederlands, beoordeelt de snelheid en kwaliteit van het review proces. Heeft dus een andere insteek dan QOAM. Wel crowdsourced maar kent geen filtering in OA en bevat nu circa 500 beoordeelde tijdschriften.
Journalysis –> Beoordeelt ervaringen met tijdschriften, is crowdsourced, komt uit Wwales en kent geen OA filter.
JournalGuide –> Is van Amerikaanse origine en is oudste van de vier. Heeft uitgebreide OA info en kent een filtering en sortering. Bevat wel alleen titels uit Web of Science. Is deels crowdsourced.

Conclusie: het zijn aardige initiatieven maar wel los van elkaar. Meer samenwerken zou fijner zijn zodat er nog maar een of twee sites overblijven. Heeft nog weinig vulling omdat het jonge systemen zijn.

7. Vijf tijdschriftzoekers voor je paper –>
Hoe werkt het? Je plakt je paper samenvatting op de site van een tijdschriftenzoeker waarna jouw samenvatting ‘gematcht’ wordt met het archief van de site (jouw samenvatting wordt dus vergeleken met duizenden andere samenvattingen). Op basis van die match krijg je tijdschriftsuggesties waarin je OA zou kunnen publiceren. Welke sites doen dit? Onder andere Jane, Edanz Journal Selector of Elsevier Journal Finder.

Conclusie: vooral interessant voor life science en kent meestal goede OA filteropties. Maar deze optie zou eigenlijk standaard beschikbaar moeten zijn in Scopus of Web of Science.

En wat heb je dan nog meer? DOAJ search, Researchgate, Academia, Free full text filter in Pubmed, Mendeley OA search, ArXiV, CC filter in Google Images, Bing en Flickr of zoek rechtenvrije beelden via Wikipedia Commons.

Jeroen’s conclusie: Open Access is definitief doorgebroken maar er is wel een fikse scheefgroei in onderwerpen. Ook is het jammer dat veel gevestigde zoekmachines zeer traag zijn met de opname van OA materiaal.

Mijn conclusie na zoveel informatie, er zijn zoveel opties voor het zoeken en vinden van OA materiaal en het is handig dat Jeroen het voor mij weer eens op een rijtje gezet heeft. De blogpost lijkt dan ook een ratjetoe van links maar voor mij was het een mooie manier om de informatie te verwerken. Altijd handig voor ‘als ik het later nog eens nodig zou hebben’.

Advertenties